Landgoed Overcingel: een parel in de binnenstad

Landgoed Overcingel: een parel in de binnenstad

09 april 2021

Aan de Oostersingel staat, een beetje verscholen, het prachtige en geschiedenisrijke landgoed Overcingel. Het statige aangezicht van het pand is een echte eye catcher en zou ieders aandacht moeten trekken. Toch is het landgoed (nog) niet bij alle Assenaren bekend. Zonde! Je stapt zo vanuit de drukte van het centrum in de weelde van de rustgevende tuin. In het vroege voorjaar staat het landgoed extra in de schijnwerpers. Krokustijd! Een feestje voor de insecten. De duizenden krokussen, gesterkt door andere vroegbloeiers, geven je de voorjaarskriebels. Het frisgroene gras, gezoem van bijen, oude eiken en luchtwortels van de moerasboom. Je vindt het er allemaal. Vrijwilligers werken zich in het zweet om de tuin netjes te houden. Petje af. Het landgoed wordt tijdelijk bewoond door Jermo Tappel, monumentenadviseur en gebouwenbeheerder bij Het Drentse Landschap.

Geschiedenis

Het pand is al wat jaartjes oud. De Rotterdamse belastingontvanger voor Drenthe, Johannes van Lier, liet het herenhuis in 1777 in Franse stijl bouwen. Hoe kwam deze Rotterdammer eigenlijk in Assen verzeild? Hij werd verliefd. Hij ontmoette de Drentse Roelina Hofstede en was verkocht. In 1751 trouwde het stel in Zuidlaren. Jaren later verhuisde het echtpaar met negen kinderen naar het Ontvangershuis in Assen. Maar bij negen kinderen bleef het niet. Er werden maar liefst vijftien kinderen geboren en zo groeide het gezin uit haar jasje. Hun aandacht viel op het Drents beekdallandschap ‘tegenover de singel’. En zo werd huize ‘Overcingel’ gesticht.

Ook de tuin werd in Franse stijl aangelegd. Strakke, rechtlijnige paden en een rechthoekige vijver met een uitzicht op het landgoed. Niet gewoon een vijver; een echte ‘grand canal’. In 1824 liet Henricus van Lier, toen enige eigenaar van het landgoed, de tuin in Engelse landschapstijl herinrichten. Tuinarchitect Roodbaard toverde een deel van de tuin in een waar romantisch tafereel. Slingerende wandelpaden, glooiende heuveltjes en een schattig prieeltje met het indrukwekkende borstbeeld van Henricus van Lier.

De tuin was vroeger groot, heel groot. In die tijd 15 hectare. Dat was 150.000 m2 aan weiland, hooiland, akkers, moestuin, boomgaard en tuin. Veel grond is vroeger al onteigend of verkocht. Bijvoorbeeld toen het station werd gebouwd en de Stationsstraat en Overcingellaan werden aangelegd. En toen het oude Wilhelminaziekenhuis, nu Zuidhaege, moest worden gebouwd. De gemeente had de grond van Van Lier echt nodig.

 

Van eigendom tot monument

Tot september 2019 was landgoed Overcingel in handen van de familie Van Lier Lels. Hoezo Lels? Dat is weer een ander verhaal. In het kort: een van de achterkleinzonen van Johannes van Lier trouwde met Jentien Carsten, maar het echtpaar bleef kinderloos. Toen zij beiden waren overleden, kwam het huis in handen van een Hendrik Lels, familie van Jentien. In 1902 is officieel toestemming gevraagd om de naam Van Lier Lels te voeren. En zo geschiedde… het prachtige landgoed is dan ook bijna 250 jaar van dezelfde familie geweest.

Mevrouw van Lier Lels heeft zich altijd ontfermd over de bloementuin en de moestuin. Dat was echt háár domein. De heer Van Lier Lels hield van het grove werk: snoeien, zagen, hakken. Op 90-jarige leeftijd, in februari 2019, overleed hij. Een man die enorm betrokken en trots was op zíjn landgoed. Waarvoor hij soms moest “vechten” om te zorgen dat zijn grond (nog 5 hectare) niet werd “ingepikt”.

De familie schonk het landgoed in september 2019 aan stichting Het Drentse Landschap. “Niet alleen het landgoed en de grond, maar ook de inventaris, schuur en tien gebouwen werden geschonken”, vertelt Jermo Tappel. “Er staan authentieke meubels die de afgelopen 200-250 jaar door de familie zijn verzameld. De meubels die horen hier.”

 

Veel werk

Tappel is niet alleen verantwoordelijk voor het beheer van landgoed Overcingel. Voor alle monumentale en historische panden van het Drentse Landschap. Een eervolle baan. “Een restauratie gaat niet zomaar, vertelt hij. “De plannen worden ruim van tevoren in kaart gebracht en gespecialiseerde vaklieden worden ingeschakeld.”

Maar wat zouden de tuin, boomgaard en landgoedbos zijn zonder vrijwilligers? Dan werd het een dorre en onoverzichtelijke boel. Elf vitale mannen, de meesten over de pensioengerechtigde leeftijd, zetten zich in om de tuin te onderhouden. “Frisse jongens, ouwe knarren”, lacht Henk. De sfeer is goed. Elke maandagochtend en -middag komen zij trouw bij elkaar, worden de taken verdeeld en de mouwen opgestroopt. Het schept een band om er samen voor te zorgen dat de bomen, planten en struiken op tijd worden gesnoeid. De paden worden geveegd, de bladeren geharkt en naar de bladhoop of het bos gebracht. Ook de sloten worden schoongemaakt.

“Er is zoveel te doen”, zegt Bert Broekman. Bert, oud-leraar, is al 12 jaar vrijwilliger bij Overcingel en weet veel over het pand en de tuin te vertellen. “Het is belangrijk dat zo’n pareltje in de binnenstad van Assen blijft bestaan en meer bekendheid krijgt. Dat mensen ook betoverd raken door de tuin.”

 

Bezoek het landgoed

Het Drentse Landschap is dankbaar voor het historische pand en de tuin.
“We hebben allerlei plannen, zoals het aanleggen van een wilde bloementuin in de boomgaard, maar het heeft tijd nodig én geld”, vertelt Marcel, de coördinator van de vrijwilligers.

Naast het vrijwilligerswerk is Bert Broekman gids tijdens de krokuswandelingen. Wist u dit? Elk jaar worden er in de tuin van landgoed Overcingel een aantal weken krokuswandelingen georganiseerd. Oogverblindend. Dit jaar niet in groepsverband, maar de bordjes leiden iedereen coronaproof door de tuin. Hopelijk volgend jaar weer samen!

De tuinen van het landgoed zijn het hele jaar (gedeeltelijk) toegankelijk voor iedereen. We heten iedereen van harte welkom. Voor een symbolisch bedrag van € 1 per persoon/gezin per jaar koop je een wandelkaart bij het Drentse Landschap aan de Kloosterstraat 5. Een aanrader!

Most Read